Waterslakken en andere schelpdieren

Minder flitsend en zichtbaar, maar wel aanwezig en nuttig in de vijver

In alle stilstaande en langzaam stromende zoet water, voorzien van voldoende planten, kunnen zoetwaterslakken en zoetwatermosselen worden aangetroffen. Het voedsel van waterslakken bestaat uit rottende plantenresten en algen, maar ook aas wordt door de slakken van de bodem geschraapt. Kleine levende diertjes die de slak tegenkomt, worden eveneens gegeten. Zoetwatermosselen zeven voedseldeeltjes uit het water.
Waterslakken en andere schelpdieren zijn zeer kwetsbaar als het gaat om de aanwezigheid van metalen, zoals bijvoorbeeld koper, in het vijverwater. Zij zijn de eerste soort vijverbewoners die daaraan en aan andere soorten van vergiftiging zullen sterven en in die zin een nuttige indicator voor de gezondheid van een vijver. Voor de vorming van hun huisje stelt de slak daarnaast een hoge waterhardheid en een goede zuurgraad, op prijs.  Slakken zijn tweeslachtig maar kunnen niet zichzelf bevruchten, daar is een soortgenoot voor nodig. Na de paring, worden de eitjes afgezet in kleine pakketjes tegen waterplanten of aan de onderkant van drijvende bladeren. De pakketjes  zijn doorzichtig en gelei-achtig en meestal plat van vorm. Eitjes van poelslak
poelslakDe poelslak is met een huisje van 6 cm een van de grootste inheemse zoetwaterslakken. De kleur is bruingrijs tot beige bruin en het huisje heeft de vorm van een kegel. De moeraspoelslak heeft een soortgelijk huisje en lichaamsvorm, maar is meestal licht gevlekt en is kleiner, ca. 3 cm. Het lichaam is donkergrijs tot donkerbruin van kleur. De poelslak behoort tot de zogenaamde waterlongslakken en hij bezit dus een long. Om adem te halen komt de slak met lange tussenpozen aan de wateroppervlak drijven waar hij dan via een gaatje in zijn huid zijn long met verse lucht vult.  Meestal gebeurt dat door zijn kop boven water te steken, maar vreemd genoeg drijven sommige slakken ook ondersteboven. Hoewel de poelslak voornamelijk in zijn zuurstof voorziet door middel van de long, kan hij ook zuurstof aan het water onttrekken door de huid waardoor hij redelijk lang onder water kan blijven.
 posthorenslak
De posthorenslak is ook een longslak met een huisje van ca. 3,5 cm groot. Zijn naam is natuurlijk afkomstig van de vorm van zijn huisje dat lijkt op een posthoorn. De kleur van de schelp is roodbruin maar door algen en andere aantasting lijkt deze vaak meer groenig. Het lichaam van de posthoornslak is donkergrijs voorzien van een platte, aan het uiteinde spits uitlopende voet. De posthorenslak heeft longen, maar kan ook zuurstof uit het water opnemen. Zijn bloed bevat hemoglobine en is daardoor rood van kleur. Hierdoor kan de posthorenslak leven in minder zuurstofrijk en in dieper water dan de poelslak. Toch komt ook de posthoornslak af en toe naar de oppervlakte om zijn longen te vullen.

 

ZwanenmosselZoetwatermosselen zijn er in meerdere soorten die in Nederland en België vrij algemeen voorkomen in zoet en zuurstofrijk water. Zo is er de zwanenmossel, maar ook de platte zwanenmossel, de schildersmossel, de bolle stroommossel en nog een paar soorten. Ze lijken alle tamelijk veel op elkaar en sommige soorten kunnen wel tot 20 cm groot en meer dan 10 jaar oud worden! erwtenmosselAlleen de erwtenmossel blijft iets kleiner. Met name de zoetwatermosselen zijn erg gevoelig voor vervuiling van het water en worden daarom wel ingezet als waarschuwingsmethode. Daarnaast zijn zoetwatermosselen erg nuttig in de vijver omdat ze aanzienlijke hoeveelheden water filteren. Ook zijn ze onmisbaar voor de voortplanting van bittervoorntjes, deze legt haar eitjes in de mossel, zonder daarbij al te kieskeurig te zijn over het soort mossel.De mossel plant zich voort doordat het mannetje zijn sperma in grote hoeveelheden door het water verspreidt. Als een vrouwelijk exemplaar bevrucht is ontstaan er minuscule mosseltjes die zich parasitair hechten aan de slijmhuid en in de kieuwen van vissen. Deze vissen ondervinden daar overigens geen hinder van. Na ongeveer een week laten de mosseltjes zich naar de bodem zakken om de rest van hun filterende leven daar door te brengen. Als dit leven teneinde is gekomen, is het van belang om de dode mossel zo snel mogelijk uit de vijver te verwijderen. Niet alleen geeft een dode zoetwatermossel een afschuwelijke geur af, maar vervuilt deze ook binnen de kortste keren de gehele vijver.

We hebben voor u nog een laatste pagina over de resterende andere vijverbeestjes, ook niet allemaal schatjes!