www.schonevijver.nl
Vijver biologisch evenwicht

Biologisch evenwicht van het vijverwater

De waterwaarden in uw vijver en over hoe u ze kunt controleren en optimaliseren

Waterwaarden van het vijverwater
Goede waterwaarden in de vijver zijn van belang voor het verkrijgen van een mooie heldere vijver met een goed biologisch evenwicht.
Een beperkt aantal eenvoudig te meten waterwaarden bepaalt of u een gezonde en probleemloze vijver krijgt.

Basisprincipe
Om zuurstof te produceren verbruiken uw vijverplanten overdag vrije koolstofdioxide in het water. 's Nachts is dit proces precies omgekeerd.
Ook algen, in feite gewoon planten, gebruiken koolstofdioxide en produceren zuurstof.
Een juiste balans tussen koolstofdioxide en zuurstof in de vijver is helaas zeldzaam en lastig te bereiken of in stand te houden.
Bijvoorbeeld door een teveel aan planten (of algen) ten opzichte van het dierlijk leven in uw vijver, kan een tekort aan koolstofdioxide ontstaan.
Een voortdurende beluchting door een pomp of een fontein kan zelfs al een oorzaak zijn, evenals een slechte bacteriologische huishouding.
Een voortdurend gebrek aan koolstofdioxide en teveel aan zuurstof in het water geeft onherroepelijk problemen in de vijver.
Een omgekeerde situatie ook, een teveel aan koolstofdioxide en te weinig zuurstof is even riskant.
Het is immers de balans of het biologisch evenwicht in de vijver die ervoor zorgt dat deze mooi, gezond en helder blijft.

Precaire cirkel van voedingsstoffen
De belangrijkste voedingsstoffen voor plantaardige mechanismen, dus ook voor vijverplanten en algen, zijn nitraten en fosfaten.
Met behulp van het zonlicht worden deze voedingsstoffen ingezet voor de groei. Nitraten en fosfaten komen op verschillende manieren in de vijver. Door het vele gebruik van kunstmest en dierlijke mest in de landbouw, schoonmaakmiddelen etc, is de hoeveelheid fosfaten en nitraten in ons ecosysteem en waterhuishouding enorm toegenomen. Door regenval, inspoelen van grondwater en dergelijke komen ze dus ook in de vijver terecht.
Daarnaast breken de micro-organismen in uw vijver voortdurend allerlei organisch afval af.
Hierbij moet u denken aan bladafval en plantenresten, aan de uitwerpselen van vissen en andere dieren, maar ook aan niet opgegeten visvoer.
Bij de afbraak van dit organisch afval komen koolstofdioxide (CO2) en ammoniak vrij. Dit ammoniak wordt door bacteriën omgezet in nitriet en vervolgens in nitraat dat als voeding voor de planten dient.
In een uitgebalanceerde vijver is deze toevoer geen probleem omdat de planten ook deze voeding opnemen.
Helaas leert de praktijk dat deze cyclus snel verstoord raakt waardoor er een overschot aan voedingsstoffen ontstaat en dat daarmee problemen beginnen.

Belangrijke waterwaarden in uw vijver
Bovenstaande processen resulteren in bepaalde chemische waarden.
Verschillende elementen en hun gehalte in het vijverwater bepalen de totale waterkwaliteit.
Ze zijn dus belangrijk voor het creëren en in stand houden van een optimaal functionerend biologisch evenwicht in de vijver.

Voor een vijver zijn drie hoofdwaarden van belang:

Meetwaarde Streefwaarde
pH of zuurgraad 7 - 8,5
kH of tijdelijke of carbonaathardheid > 6
gH totale of gezamenlijke hardheid > 10

pH of zuurgraad
Deze factor is van groot belang bij het streven naar een goede waterconditie en heeft een grote invloed op een goede groei en gezondheid van de planten en vissen in uw vijver.
Een neutrale waarde ligt tussen 7 en 8,5 Daarboven of daarbeneden is er sprake van een slecht (zuur of basisch) vijvermilieu.
Bij voortdurende afwijkingen van de streefwaarde ontstaat er een regelrechte bedreiging voor uw vissen en planten.

  • pH-waarde te laag:
    Een zuur vijvermilieu door een teveel aan koolstofdioxide = een tekort aan zuurstof.
    Oorzaken kunnen zijn te veel vissen in de vijver, te weinig nitrificerende bacteriën of een slecht werkend filter, teveel bodemslib of ander organisch afval, een te lage gH-waarde of soms ook filtratie dmv turf.
    Mogelijke gevolgen: vissterfte zonder aantoonbare ziekte, aantasting van de slijmhuid, ontstoken kieuwen, bloeddoorlopen vinnen.
    Ook stopt de groei van waterplanten of sterven ze af. Niet of nauwelijks werking van de biologische filter.
  • pH-waarde te hoog:
    Een alkalisch vijvermilieu door te weinig koolstofdioxide = teveel zuurstof.
    Oorzaken kunnen zijn, een nieuw gemetselde vijver of gebruikte stenen en rotsen met een hoog kalkgehalte of het teveel toedienen van vijverkalk.
    Verder kunnen grote hoeveelheden van één soort waterplant met alkalische werking (bijv. waterpest en hoornblad), een slechte bacteriehuishouding, een te uitbundige groei van zuurstofplanten of een explosieve groei van zweef- en draadalgen ook zorgen voor een hoge ph.
    Mogelijke gevolgen: stress bij de vissen, met als gevolg allerlei ziekten en infecties, aantasting van de slijmhuid en kieuwen, vissterfte schijnbaar zonder aantoonbare reden (ammoniakvergiftiging), stagnatie in de plantengroei of sterfte, witte aanslag op de planten onder water. Niet of nauwelijks werking van de biologische filter.

kH tijdelijke of carbonaathardheid
Als er een overschot aan koolstofdioxide in de vijver is, verbindt deze zich onder optimale omstandigheden aan de elementen calcium en magnesium, mits deze uiteraard aanwezig zijn.
Hieruit ontstaat carbonaat en de aanwezige hoeveelheid carbonaat wordt in het kH-gehalte weergeven.
Indien er te weinig koolstofdioxide beschikbaar is voor de planten om te groeien, wordt dit aan het carbonaat onttrokken.
In die zin, fungeert het carbonaat als een soort veiligheidsbuffer met betrekking tot de zuurgraad of pH-waarde.
Een goed kH-gehalte kan dus een sterk schommelende pH-waarde voorkomen.
Door periodiek het kH-gehalte van de vijver te meten en het verloop te volgen, kan men bepalen of de werking van de nitrificerende bacteriën in de vijver voldoende aanwezig is.
Immers, als dat niet het geval is zullen de planten koolstofdioxide onttrekken aan het carbonaat waardoor de kH-waarde een dalende lijn zal weergeven en dit uiteindelijk een te lage pH-waarde tot gevolg zal hebben.
Sterker nog, als de kH-buffer eenmaal is 'opgebruikt' kan er heel plotseling een sterke verzuring ( een zogenaamde 'crash) 'van de vijver optreden met alle gevolgen van dien.

gH totale of gezamenlijke hardheid

Een factor van belang als het gaat om evenwicht in de vijver en waterkwaliteit, hoewel er door anderen ook teveel, zo niet alles, aan wordt opgehangen. Zo wordt er beweerd dat een hoge gH-waarde algen in de vijver helpt bestrijden, hetgeen onzin is.
Het helpt wel omdat de planten beter zullen groeien, maar er is veel meer voor nodig om een vijver vrij van algen te maken en te houden.
De gH-waarde wordt bepaald door de aanwezige hoeveelheid calcium en magnesium en dit bepaalt de mate van stabiliteit en evenwicht in uw vijver.
Zoals boven vermeld, zijn deze stoffen noodzakelijk voor het binden van andere stoffen zoals koolstofdioxide maar binden ze ook schadelijke stoffen zoals fosfaten en metalen.
Gesteld kan worden dat bij een sterk afwijkende gH-waarde het koolstofdioxide-bufferproces als onder kH beschreven wordt belemmerd of bemoeilijkt.
Voor een goede groei van de vijverplanten is een minimale gH-waarde van 8 nodig, maar een gH-waarde van 10 of hoger is aanbevolen.
Andere zaken zoals de mineralenbalans (zie hier onder) en de juiste voeding voor vijverplanten spelen hierbij eveneens een rol.

Mineralenbalans

Alle levende organismen hebben mineralen en sporenelementen nodig voor hun ontwikkeling.
Dit geldt voor zowel de vissen, de planten als de lagere dieren, maar ook voor de nuttige bacterien aanwezig in vijver en filter.
In de vrije natuur worden mineralen en sporenelementen door het water onttrokken aan gesteente waardoor de balans gehandhaafd blijft.
In onze tuinvijvers, veelal gemaakt van vijverfolie en ander kunststof, is dit niet mogelijk.
Hierdoor daalt het gehalte aan mineralen en sporenelementen gestaag door verbruik van de levende organismen, regenval, etc..
Het water raakt als het ware steeds schraler. Ook bevat ons kraanwater, waarmee vijvers worden gevuld, nagenoeg geen mineralen. 
Zonder een juiste balans in mineralen en sporenelementen vinden de meeste essentiële biologische processen niet of in slechte mate plaats.
Problemen als het niet voldoende afbreken van organisch afval en het omzetten van schadelijke stoffen, kleur- en groeiafwijkingen bij vissen, slecht groeiende en vergelende planten of een matig werkend biologisch filter kunnen zich als gevolg van een tekort aan essentiële mineralen en sporenelementen voordoen.
Daarom is het belangrijk om ook regelmatig het gehalte aan mineralen en sporenelementen samen met de gH-waarde te verhogen.

Andere belangrijke waarden om te meten
Ammonium en ammoniak (waarde = 0)
Ammonium is een stof die door de vissen wordt afgescheiden en die vrijkomt bij andere natuurlijke microbiologische processen in de vijver, zoals bijvoorbeeld de afbraak van organische stoffen door bacteriën.
Andere bacteriën zetten het ammonium om in ammoniak.
Dit is zeer giftig en veroorzaakt ernstige gezondheidsproblemen bij de vijvervissen en ander dierlijk leven, daarom dient het totaal afwezig te zijn.
In het filter en in het vijverwater wordt het ammoniak omgezet tot het, wel iets mindere, maar nog steeds giftige nitriet.

Nitriet (waarde = 0)
Nitriet wordt geproduceerd door bacteriën in de vijver en in het filter bij het afbreken van ammoniak.
Nitriet is niet zo giftig als ammoniak maar kan, bij een te grote verhouding, eveneens bedreigend zijn voor de gezondheid van het het dierlijke vijverleven.
Door weer andere bacteriën wordt nitriet omgezet in het tamelijk onschuldige nitraat welke de planten als voeding opnemen.
De aanwezigheid van zowel ammoniak als nitriet komt voor in de volgende situaties:

  • Nieuwe of pas hervulde vijvers
  • Een te groot vissenbestand
  • Teveel organisch afval
  • Een te klein of onevenwichtig bacteriebestand
    Dit laatste gebeurt vaak na (een foutieve) schoonmaak van het filter of een nieuw geplaatst biologisch filter

Over meten van de waterkwaliteit
Het verdient aanbeveling om de hierboven genoemde waarden regelmatig te meten en het verloop ervan vast te leggen in een logboek.
Hierdoor krijgt u een inzicht in de biologische processen die zich afspelen in uw vijver en kunt u indien nodig tijdig ingrijpen en bijsturen om problemen te voorkomen.
Bij een nieuwe vijver, hanteert u voor het testen een interval van eens per 2 weken gedurende ongeveer 6 weken.
Dan zou u stabiele waarden moeten hebben.
Hetzelfde schema houdt u aan na schoonmaak of water verversen en aanhoudend warm weer.
Uiteraard volgt u ook de resultaten nauwgezet nadat u producten hebt gebruikt om de waarden aan te passen.
Daarna test u eens in de maand, bij voorkeur op dezelfde tijdstippen van de dag.
Meten kan met diverse testsetjes die alom verkrijgbaar zijn.
Er zijn disposable meetstrips, druppelsetjes met kleurkaarten en zelfs elektronische meetapparatuur.


Invloeden op de waarden
U hoeft niet onmiddellijk in paniek te raken als er zich een geringe afwijking boven of onder de streefwaarden voordoet.
Uw planten en vissen kunnen best tegen een stootje en u kunt gerust enkele dagen de tijd nemen om te zien of het zich vanzelf gaat herstellen. Uiteraard moet u wel maatregelen nemen als de daling of stijging zich voort blijft zetten.
Schommelingen ontstaan ook door dagelijkse en seizoensgebonden invloeden.

  • Dagelijks schommelingen:
    Het is normaal dat de pH-waarde schommelt gedurende de dag. Als deze waarde 's-morgen relatief laag is en 's-avonds relatief hoog, betekent dat dat uw vijverplanten het goed doen. Als daarentegen de pH-waarde zowel 's-morgens als 's-avonds aan de hoge kant is, dan is er sprake van stilstand in de plantengroei. Een algenprobleem ligt dan op de loer.
  • Schommelingen gedurende het seizoen:
    Omdat planten in de winter niet groeien, ontstaat er een teveel aan koolstofdioxide. Bij een juiste kH-waarde en gH-waarde is dat geen probleem en zal de pH-waarde wel dalen maar binnen de perken blijven. Indien de kH-waarde te laag is, is er een aanmerkelijk risico op verzuring. Hoewel u problemen grotendeels kunt voorkomen door te zorgen voor een goede kH- en een goede gH-waarde, is af en toe meten van de pH-waarde ook in de winter aan te bevelen.

Wat te doen?

  • Algemeen:
    Zorg altijd voor voldoende nitrificerende bacteriën, dit is essentieel!
    Zonder een goede bacteriële huishouding werkt geen enkel noodzakelijk proces in uw vijver zoals het hoort.
    Voeg eventueel BioBacter toe aan het water en aan het biologische filter.
  • pH-waarde te laag: 
    gH-waarde met GH-Plus of Biostable op peil brengen, ondertussen flink beluchten en of water verversen en KH-Plus toevoegen.
    Voeg eventueel meer zuurstofplanten en BioBacter toe.
  • pH-waarde te hoog:
    Stop met beluchten, verwijder draadalgen en eventueel een deel van de zuurstofplanten, ververs 1/3 deel van het water, vermijd gebruik van vijverkalk en kalkhoudend gesteente. Gebruik BioBacter en Alg-Killer.  In het geval van zweefalgen (groen water), gebruik Glashelder. Indien noodzakelijk PH-Min gebruiken.
  • pH-waarde te hoog maar kH-waarde goed: BioBacter en Alg-Killer toevoegen.
  • kH-waarde te laag: KH-Plus toevoegen.
  • gH-waarde te laag: GH-Plus of Biostable toevoegen.
  • Aanwezigheid van ammoniak of nitriet: Onmiddellijk stoppen met voeren en z.s.m. het water dagelijks met 25% verversen, zoveel mogelijk extra beluchten, BioBacter toevoegen en indien mogelijk filteren over actieve kool. Bij aanwezigheid van nitriet, kunt u als noodmaatregel schade aan de vissen(kieuwen) beperken door 1 kg zout per kubieke meter vijverwater toe te voegen. (wel eerst het zout goed oplossen in lauw water)

 Tips!

  • Gebruik PH-Min, GH-Plus en KH-plus bij voorkeur niet tegelijkertijd.
  • Tussen het gebruik van de verschillende producten is het verstandig om de vijver minimaal 1 week met rust te laten.
  • Wijzig de waterwaarden nooit te drastisch.
    Vissen zijn erg gevoelig voor grote schommelingen in waterwaarden, zorg voor een gelijkmatige aanpassing gedurende enkele dagen.
  • Houdt u zich aan de gebruiksvoorschriften en aanbevolen dosering van de betreffende producten.
  • Met name in het voorjaar en de zomer is het belangrijk om de kH hoog te houden omdat dan de planten groeien en meer behoefte aan koolstofdioxide hebben. Ook de gH moet hoog zijn omdat ze behoefte hebben aan mineralen.
  • KH-Plus, GH-Plus en Biostable worden ook preventief toegepast bij perioden met veel regenval en in de winter om verzuring tegen te gaan.
  • KH-Plus, GH-Plus en Biostable van schonevijver.nl versterken eveneens de bacteriële werking in uw vijver.

Meer informatie over de werking van de nuttige bacteriën in de vijver
Meer informatie over de afwijkingen van de pH-waarde of zuurgraad
Meer informatie over het grote belang van zuurstofplanten voor de waterkwaliteit in de vijver