![]() |
Basisprincipe
Om zuurstof te produceren verbruiken uw vijverplanten overdag vrije koolstofdioxide in het water. 's Nachts is dit proces precies omgekeerd.
Ook algen, in feite gewoon planten, gebruiken koolstofdioxide en produceren zuurstof.
Een juiste balans tussen koolstofdioxide en zuurstof in de vijver is helaas zeldzaam en lastig te bereiken of in stand te houden.
Bijvoorbeeld door een teveel aan planten (of algen) ten opzichte van het dierlijk leven in uw vijver, kan een tekort aan koolstofdioxide ontstaan.
Een voortdurende beluchting door een pomp of een fontein kan zelfs al een oorzaak zijn, evenals een slechte bacteriologische huishouding.
Een voortdurend gebrek aan koolstofdioxide en teveel aan zuurstof in het water geeft onherroepelijk problemen in de vijver.
Een omgekeerde situatie ook, een teveel aan koolstofdioxide en te weinig zuurstof is even riskant.
Het is immers de balans of het biologisch evenwicht in de vijver die ervoor zorgt dat deze mooi, gezond en helder blijft.
Precaire cirkel van voedingsstoffen
De belangrijkste voedingsstoffen voor plantaardige mechanismen, dus ook voor vijverplanten en algen, zijn nitraten en fosfaten.
Met behulp van het zonlicht worden deze voedingsstoffen ingezet voor de groei. Nitraten en fosfaten komen op verschillende manieren in de vijver. Door het vele gebruik in de landbouw, schoonmaakmiddelen etc, is de hoeveelheid fosfaten en nitraten in ons ecosysteem en waterhuishouding enorm toegenomen. Door regenval, inspoelen van grondwater en dergelijke komen ze dus ook in de vijver terecht.
Daarnaast breken de micro-organismen in uw vijver voortdurend allerlei organisch afval af.
Hierbij moet u denken aan bladafval en plantenresten, aan de uitwerpselen van vissen en andere dieren, maar ook aan niet opgegeten visvoer.
Bij de afbraak van dit organisch afval komen eveneens nitraten, fosfaten en niet in de laatste plaats, koolstofdioxide (CO2) vrij.
In een uitgebalanceerde vijver is deze toevoer geen probleem omdat de planten ook deze voeding opnemen.
Helaas leert de praktijk dat deze cyclus snel verstoord raakt waardoor er een overschot aan voedingsstoffen ontstaat en dat daarmee problemen beginnen.
Belangrijke meetwaarden in uw vijver
Bovenstaande processen resulteren in bepaalde chemische waarden.
Verschillende elementen en hun gehalte in het vijverwater bepalen de totale waterkwaliteit.
Ze zijn dus belangrijk voor het creëren en in stand houden van een optimaal functionerend biologisch evenwicht in de vijver.
Voor een vijver zijn drie hoofdwaarden van belang:
| Meetwaarde | Streefwaarde |
| pH of zuurgraad | 7 - 8,5 |
| kH of tijdelijke of carbonaathardheid | > 6 |
| gH blijvende of gezamenlijke hardheid | > 10 |
pH of zuurgraad
Deze factor is van groot belang bij het streven naar een goede waterconditie en heeft een grote invloed op een goede groei en gezondheid van de planten en vissen in uw vijver.
Een neutrale waarde ligt tussen 7 en 8,5 Daarboven of daarbeneden is er sprake van een slecht (zuur of basisch) vijvermilieu.
Bij voortdurende afwijkingen van de streefwaarde ontstaat er een regelrechte bedreiging voor uw vissen en planten.
kH tijdelijke of carbonaathardheid
Als er een overschot aan koolstofdioxide in de vijver is, verbindt deze zich onder optimale omstandigheden aan de elementen calcium en magnesium, mits deze uiteraard aanwezig zijn.
Hieruit ontstaat carbonaat en de aanwezige hoeveelheid carbonaat wordt in het kH-gehalte weergeven.
Indien er te weinig koolstofdioxide beschikbaar is voor de planten om te groeien, wordt dit aan het carbonaat onttrokken.
In die zin, fungeert het carbonaat als een soort veiligheidsbuffer met betrekking tot de zuurgraad of pH-waarde.
Een goed kH-gehalte kan dus een sterk schommelende pH-waarde voorkomen.
Door periodiek het kH-gehalte van de vijver te meten en het verloop te volgen, kan men bepalen of de werking van de nitrificerende bacteriën in de vijver voldoende aanwezig is.
Immers, als dat niet het geval is zullen de planten koolstofdioxide onttrekken aan het carbonaat waardoor de kH-waarde een dalende lijn zal weergeven en dit uiteindelijk een te lage pH-waarde tot gevolg zal hebben.
Sterker nog, als de kH-buffer eenmaal is 'opgebruikt' kan er heel plotseling een sterke verzuring ( een zogenaamde 'crash) 'van de vijver optreden met alle gevolgen van dien.
gH blijvende of gezamenlijke hardheid
Een factor van belang als het gaat om evenwicht in de vijver en waterkwaliteit, hoewel er door anderen ook teveel, zo niet alles, aan wordt opgehangen. Zo wordt er beweerd dat een hoge gH-waarde algen in de vijver helpt bestrijden, hetgeen onzin is.
Het helpt wel omdat de planten beter zullen groeien, maar er is veel meer voor nodig om een vijver vrij van algen te maken en te houden.
De gH-waarde wordt bepaald door de aanwezige hoeveelheid calcium en magnesium en dit bepaalt de mate van stabiliteit en evenwicht in uw vijver.
Zoals boven vermeld, zijn deze stoffen noodzakelijk voor het binden van andere stoffen zoals koolstofdioxide maar binden ze ook schadelijke stoffen zoals fosfaten en metalen.
Gesteld kan worden dat bij een sterk afwijkende gH-waarde het koolstofdioxine-bufferproces als onder kH beschreven wordt belemmerd of bemoeilijkt.
Voor een goede groei van de vijverplanten is een minimale gH-waarde van 8 nodig, maar een gH-waarde van 10 of hoger is aanbevolen.
Andere zaken zoals de mineralenbalans (zie hier onder) en de juiste voeding voor vijverplanten spelen hierbij eveneens een rol.
Mineralenbalans
Alle levende organismen hebben mineralen en sporenelementen nodig voor hun ontwikkeling.
Dit geldt voor zowel de vissen, de planten als de lagere dieren, maar ook voor de nuttige bacterien aanwezig in vijver en filter.
In de vrije natuur worden mineralen en sporenelementen door het water onttrokken aan gesteente waardoor de balans gehandhaafd blijft.
In onze tuinvijvers, veelal gemaakt van vijverfolie en ander kunststof, is dit niet mogelijk.
Hierdoor daalt het gehalte aan mineralen en sporenelementen gestaag door verbruik van de levende organismen, regenval, etc..
Het water raakt als het ware steeds schraler. Ook bevat ons kraanwater, waarmee vijvers worden gevuld, nagenoeg geen mineralen.
Zonder een juiste balans in mineralen en sporenelementen vinden de meeste essentiële biologische processen niet of in slechte mate plaats.
Problemen als het niet voldoende afbreken van organisch afval en het omzetten van schadelijke stoffen, kleur- en groeiafwijkingen bij vissen, slecht groeiende en vergelende planten of een matig werkend biologisch filter kunnen zich als gevolg van een tekort aan essentiele mineralen en sporenelementen voordoen.
Daarom is het belangrijk om ook regelmatig het gehalte aan mineralen en sporenelementen samen met de gH-waarde te verhogen.
Andere belangrijke waarden om te meten
Ammonia en ammniak (waarde = 0)
Ammonia is een stof die door de vissen wordt afgescheiden en die vrijkomt bij andere natuurlijke microbiologische processen in de vijver, zoals bijvoorbeeld de afbraak van organische stoffen door bacterien.
Andere bacterien zetten het ammonia om in ammoniak.
Dit is zeer giftig en veroorzaakt ernstige gezondheidsproblemen bij de vijvervissen en ander dierlijk leven, daarom dient het totaal afwezig te zijn.
In het filter en in het vijverwater wordt het ammoniak omgezet tot het minder giftige nitriet.
Nitriet (waarde = 0)
Nitriet wordt geproduceerd door bacterien in de vijver en in het filter bij het afbreken van ammoniak.
Nitriet is niet zo giftig als ammoniak maar kan, bij een te grote verhouding, eveneens bedreigend zijn voor de gezondheid van het het dierlijke vijverleven.
Door weer andere bacterien wordt nitriet omgezet in nitraat welke de planten als voeding opnemen.
De aanwezigheid van zowel ammoniak als nietriet komt voor in de volgende situaties:
Over meten van de waterkwaliteit
Het verdient aanbeveling om de hierboven genoemde waarden regelmatig te meten en het verloop ervan vast te leggen in een logboek.
Hierdoor krijgt u een inzicht in de biologische processen die zich afspelen in uw vijver en kunt u indien nodig tijdig ingrijpen en bijsturen om problemen te voorkomen.
Bij een nieuwe vijver, hanteert u voor het testen een interval van eens per 2 weken gedurende ongeveer 6 weken.
Dan zou u stabiele waarden moeten hebben.
Hetzelfde schema houdt u aan na schoonmaak of water verversen en aanhoudend warm weer.
Uiteraard volgt u ook de resultaten nauwgezet nadat u producten hebt gebruikt om de waarden aan te passen.
Daarna test u eens in de maand, bij voorkeur op dezelfde tijdstippen van de dag.
Meten kan met diverse testsetjes die alom verkrijgbaar zijn.
Er zijn disposable meetstrips, druppelsetjes met kleurkaarten en zelfs elektronische meetapparatuur.
Tip!
Bestel een set a 10 waterteststrips voor maar € 7,95 !
Invloeden op de waarden
U hoeft niet onmiddellijk in paniek te raken als er zich een geringe afwijking boven of onder de streefwaarden voordoet.
Uw planten en vissen kunnen best tegen een stootje en u kunt gerust enkele dagen de tijd nemen om te zien of het zich vanzelf gaat herstellen. Uiteraard moet u wel maatregelen nemen als de daling of stijging zich voort blijft zetten.
Schommelingen ontstaan ook door dagelijkse en seizoensgebonden invloeden.
Wat te doen?
Tips!
Meer informatie over de werking van de nuttige bacterien in de vijver
Meer informatie over de afwijkingen van de pH-waarde of zuurgraad
Meer informatie over het grote belang van zuurstofplanten voor de waterkwaliteit in de vijver