Zuurstofplanten in de vijver
Zuurstofplanten zijn belangrijk

Zuurstofplanten

De meest belangrijke planten in de vijver
Het belang van zuurstofplanten in de vijver
Zuurstofplanten hebben weinig sierwaarde maar deze onderwaterplanten hebben de belangrijke taak om de voedingsstoffen in de vijver om te zetten in zuurstof.
Deze zuurstof is noodzakelijk voor de bacteriële afbraak van organisch afval zoals bijvoorbeeld de uitwerpselen van vissen, overtollig voer en plantenresten, de opname van voeding uit het water is echter minstens zo belangrijk.
Door voldoende van deze planten in de vijver te plaatsen krijgen algen namelijk geen kans.
Er zijn zelfs zuurstofplanten die een algen remmende stof produceren!
Omdat zuurstofplanten niet alleen zuurstof produceren maar ook heel snel groeien, zijn ze de grootste concurrent van algen en letterlijk onmisbaar voor een gezonde en heldere vijver.
Als u moet bezuinigen, bezuinigt u dan liever op andere planten dan op deze plantensoort in uw vijver.
Hoeveelheid zuurstofplanten
Per M3 (=1.000 liter) vijverwater is een minimum van 4-5 bosjes zuurstofplanten nodig om een biologisch evenwicht in de vijver te bereiken en te handhaven.
Een bosje is ongeveer zoveel als er tussen het rondje van uw duim en wijsvinger past, 4-5 bosjes is ongeveer 1 vijvermandje vol zuurstofplanten.
De vuistregel voor zuurstofplanten is dus:
1 kubieke meter vijverinhoud = 4-5 bosjes zuurstofplanten = 1 vijvermandje vol
Planttijd
Het is belangrijk om zuurstofplanten direct na of tijdens het vullen van de vijver te plaatsen zodat algen geen of weinig kans krijgen.
Losse bosjes zuurstofplanten moeten vanaf het begin van hun groeiperiode worden gepoot, vanaf maart t/m eind juli.
Later is niet verstandig omdat dan de kans bestaat dat de plantjes verrotten of verslijmen.
Planten die al in een mandje zijn geworteld kunt u het hele jaar direct in de vijver plaatsen
Overigens heeft het gebruik van mandjes ook de voorkeur omdat daarmee het gebruik van losse aarde in de vijver en het woelen van de vissen erin, wordt beperkt.
Oosters Aarvederkruid
Aankoop van zuurstofplanten
Als u zuurstofplanten gaat kopen, let u dan op de volgende zaken.
De planten mogen niet in de volle zon of in warm water staan, dit wil met name in tuincentra nogal eens het geval zijn.
Ook moeten ze netjes gebost of geplant zijn en vrij van kroos en parasieten zijn.
Als u kroos op de zuurstofplanten meeneemt, krijgt u namelijk zelf later ook een grote hoeveelheid kroos in uw vijver.
Let u ook op bovenstaande zaken als u planten krijgt uit een vijver van een kennis of vriend.
Om parasieten te voorkomen, kunt u eventueel de planten voor plaatsing in uw eigen vijver spoelen in een emmer water waarin een eetlepel keukenzout is opgelost.
Vervoer de zuurstofplanten zo snel mogelijk naar huis zodat ze niet uitdrogen en zet ze thuis meteen in het water
Samenstelling en soorten
Vanaf het voorjaar tot in herfst moeten de zuurstofplanten optimaal werken.
Omdat niet alle zuurstofplanten gedurende dit hele seizoen zuurstof afgeven en groeien, moet u zorgen voor verschillende soorten in uw vijver.
Probeer een volledige werking van de zuurstofplanten zo goed mogelijk op volle sterkte te houden gedurende het gehele seizoen.
De soort die van eind maart tot oktober groeit is de glanzende fonteinkruid oftewel Potamogeton lucens. Dit is de belangrijkste zuurstofplant voor de vijver en het is niet overdreven om van deze soort ¾ van het totaal aan zuurstofplanten te gebruiken.
Voor het voorjaar en de winter kan er aanvullend waterranonkel worden geplaatst en voor de zomer en najaar hoornblad of waterpest.
Zet dezelfde soorten in groepjes bij elkaar, dit geeft een rustig beeld in de vijver en voorkomt dat de verschillende soorten elkaar gaan overwoekeren.
Zuurstofplanten poten
Zuurstofplanten stellen weinig eisen aan de grondsoort waarin ze worden geplant, u kunt ze poten in vijveraarde of substraat.
Aarde geeft in het algemeen een beter resultaat en minder afsterving.
U kunt de zuurstofplanten rechtstreeks in vijveraarde of vijversubstraat poten of u maakt gebruik van vijvermandjes.
Vijvermandjes zijn wel duurder maar kennen vele voordelen boven het los poten van de zuurstofplanten.
Door de open structuur, zorgen ze ervoor dat de vijveraarde niet wordt samengeperst en alle wortels optimaal de voedingsstoffen uit het water kunnen halen.
Ook zijn zuurstofplanten gepoot in vijvermanden eenvoudiger te onderhouden en zullen ze niet kunnen woekeren.
Tip!
Verwijder bij de gekochte (bosjes) zuurstofplanten altijd aanwezige loden bandjes voor u ze gaat poten. Lood is erg giftig voor het dierlijk leven in de vijver.
Poten rechtstreeks in vijveraarde of substraat
Speciaal in het geval van een vijver gemaakt van vijverfolie, brengt u extra bescherming aan op de plek waar de zuurstofplanten zullen worden gepoot, dit kan met landbouwplastic, worteldoek of iets dergelijks.
Maak randen van keien of (bak)stenen van 15-20 cm hoog waarin de zuurstofplanten komen te staan.
Bij het gebruik van substraat, kunt u de rondjes hiermee opvullen en de zuurstofplanten er in zetten.
Bij het gebruik van vijveraarde, legt u eerst een laagje gewassen grind binnen de rand.
Maak op het grind met landbouwplastic of iets dergelijks een soort van mandje met een opstaande rand tegen de zijwand van de keien.
In dit mandje, doet u een laag van 10-15 cm vijveraarde waarin u de zuurstofplanten poot.
Tot slot, om uitspoeling en wroeten van vissen te voorkomen, dekt u de vijveraarde rondom de planten af met een laagje van fijne kiezel of grof rivierzand.
Poten in vijvermandjes
Maak bij het gebruik van vijveraarde eerst een binnenmandje van een stuk landbouwplastic, worteldoek, of iets dergelijks, dit voorkomt het uitspoelen van de vijveraarde.
Vul daarna de mandjes met vijveraarde tot 2,5-5 cm onder de rand en poot de planten.
Ook hier, dekt u de vijveraarde rondom de planten af met een laagje van fijne kiezel of grof rivierzand om uitspoeling en gewroet door
vissen te voorkomen.
Bij gebruik van vijversubstraat kunt u de mand gewoon hiermee vullen en de zuurstofplanten poten.
Vullen van de vijver
Vul na het poten of plaatsen van de planten de vijver zo snel mogelijk af.
Voorkom daarbij teveel stroming in de vijver. Eventueel kunt u het water uit de slang in een emmer of iets dergelijks laten lopen.
Het is eveneens verstandig om de gepote en geplaatste planten na het afvullen goed te doordrenken met water om drijven en kantelen te voorkomen.
Onderhoud van zuurstofplanten
Zuurstofplanten hebben maar weinig onderhoud nodig.
Te grote bossen en woekerende planten moeten in toom worden gehouden door ze regelmatig uit te dunnen.
Dit uitdunnen doet u niet té rigoureus maar beetje bij beetje om de groei op gang te houden.
In het geval van aanwezige draadalgen, ontdoet u de planten ervan op een voorzichtige manier zonder ze te beschadigen.
U kunt draadalgen voorkomen én de plantengroei stimuleren door onze Alg-Killer te gebruiken.
Zuurstofplanten kunnen eenvoudig worden gesplitst en vermeerderd.
Afhankelijk van het soort,  kunt u ze stekken of splitsen aan de wortels.
Deze kunt u zonder meer herplanten in uw vijver.
Optimale omstandigheden voor zuurstofplanten
De hardheid van het vijverwater ligt op GH 8 of hoger
De waterhardheid verhoogt u met GH-Plus
De KH-waarde is minimaal 6, voor al bij veel aanwezige zuurstofplanten.
Voldoende zonlicht
Er is voldoende CO2 aanwezig (dit is meestal het geval)
Lees hier alles over het bereiken en handhaven van een goede waterkwaliteit in de vijver
Overige tips
Plant geen zuurstofplanten in een vijver die al groen en troebel water kent.
Wegens gebrek aan zonlicht zullen de zuurstofplanten dan verslijmen en afsterven.
Los eerst het zweefalgen probleem op (dat het groene water veroorzaakt) of hervul de vijver desnoods eerst met schoon water voordat u de zuurstofplanten plaatst.
Plant ook geen zuurstofplanten in een vijver waar al heel veel draadalgen in zitten.
De concurrentie van de draadalgen zal te sterk blijken voor uw zuurstofplanten.
Ook het draadalgen probleem moet dus eerst worden opgelost.
De zuurstofplanten moeten zonlicht kunnen ontvangen.
Zorg er dus voor dat andere waterplanten zoals bijvoorbeeld waterlelies, drijfplanten en kroos, maar ook overhangende bomen en struiken het licht niet te veel wegnemen.